Weg van Koning auto

Ze zijn vandaag niet meer uit het straatbeeld te denken. Vlaamse wegen worden gedomineerd door auto's. De komst van de auto in de 19de eeuw vernaderde het dagelijks leven grondig. Onze samenleving werd geautomobiliseerd en de auto maakt deel uit van onze levensstijl. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.

Automobielen waren in het begin vooral een zaak van de gegoede burgerij. De nieuwe rijken, die hun fortuin maakten in de industrie, waren begeesterd door nieuwe technologieën en het doorbreken van snelheidsrecords. Voor de uitvinding van de auto was de voetganger heer en meester van de weg. Af en toe passeerde er een handelaar die met paard en kar goederen vervoerde. Voetgangers hoorden zo’n handelsreiziger al van ver aankomen en hadden voldoende tijd om aan de kant te gaan. Met auto’s was dat anders. Ze reden sneller dan de andere weggebruikers waardoor mensen leerden altijd op hun hoede te zijn.

De burgerij woonde vooral in de stad maar velen hadden een verblijf op het platteland. Dat was niet anders in het Land van Rode. In het weekend reden ze met de auto naar hun buitenverblijf en introduceerden de auto op het platteland. Dat liep niet steeds van een leien dakje. De kranten berichtten dagelijks over ongelukken met automobielen. Van alle overheden stonden de gemeentebesturen en burgemeesters het dichtst bij de bevolking. Het waren dan ook de gemeentes die de eerste verkeersreglementen invoerden. In het Land van Rode was Merelbeke een van de eersten met een verkeersreglement in 1894.

De uitvinding van de rubberen band, massaproductie en de komst van assemblagefabrieken zorgden ervoor dat de prijs van een auto flink daalde. Veel mannen leerden tijdens de Eerste Wereldoorlog met auto’s en vrachtwagens rijden in het leger. Zelfstandigen die tijdens de oorlog hun paarden verloren, kochten nu een aftands legervoertuig of een bestelwagen. Veel wagenmakers stapten over op de verkoop van automobielen zoals Baeten uit Melle. Tegen het einde van de jaren 1920 was de auto de norm geworden op de baan. Toch was het autobezit nog niet veralgemeend.

Pas na de Tweede Wereldoorlog, met de komst van de consumptiemaatschappij en de stijging van de welvaart, schaften meer mensen zich een auto aan. In Melle, Merelbeke, Oosterzele en Sint-Lievens-Houtem werd een garage opgericht van elk groot automerk. De auto was vaak het pronkstuk van de familie. Hij werd enkel van stal gehaald om in het weekend op stap te gaan en op familiefeesten gingen jong en oud wel eens op de foto met de vierwieler. Iedereen was weg van Koning Auto. In de week stond de auto mooi opgeblonken in de garage. Pas vanaf de jaren 1970 werd de auto meer en meer gebruikt om dagelijks naar het werk te rijden.

In 2012 ging bij erfgoedcel Viersprong Land van Rode het project Tracé Travak van start dat de geschiedenis van de arbeidsmobiliteit in kaart bracht. Tijdens het project werden honderden foto’s verzameld, waaronder enkele tientallen van Rodenaars die met hun wagen poseren. Het zijn getuigen van een tijd waarin een auto nog nieuw en spannend was, de belofte van geluk en welvaart.

Veel snuisterplezier!